Het hypotheekrentecontract bij scheiding. Wie profiteert van de lage rente?

Jaren was de hypotheekrente die je kon bedingen bij financiering van een woning ontzettend laag. Veel stellen hebben bij aankoop van de woning een hypotheek afgesloten met een lage rente, voor lange duur. Wanneer een stel uit elkaar gaat, is de vraag, hoe om te gaan met dit hypotheekrentecontract, met lage hypotheekrente. 

Een voorbeeld: een stel koopt een woning met een annuïteiten hypotheek. De hypotheek bedraagt € 400.000,00, waarbij een rente is overeengekomen van 2% voor de duur van 20 jaar. De maandlast bedraagt € 1.478,47. Als 5 jaar zijn verstreken na aankoop van de woning, gaat het stel uit elkaar. De hoofdsom van de lening bedraagt dan nog € 348.817,29. Degene die de lening met het rentecontract overneemt, behoudt dezelfde last, in ieder geval nog gedurende 15 jaar.

Degene die niet het contact kan overnemen sluit een nieuwe lening van € 348.817,29 met een looptijd van 25 jaar. De rente bedraagt nu 4%. De maandlast bedraagt € 1.841,19.

Het verschil in de maandlasten in dus fors. Dat maakt, dat beide partners er belang bij hebben, het rentecontract te kunnen voortzetten. We zien in de praktijk, dat scheidende stellen worstelen met de vraag wie het contract met voortzetten en of de ander dan gecompenseerd moet worden.

Het meest praktisch en eerlijk zou zijn, wanneer het rentecontact zou kunnen worden gesplitst. Helaas zijn er weinig banken die daaraan meewerken. Het Kifid (de instantie die klachten over financiële dienstverleners beslecht) heeft geoordeeld, dat banken niet verplicht zijn mee te werken aan splitsing van het hypotheekrentecontract.

Dat betekent in de praktijk, dat maar één partij kan profiteren van de eerder overeengekomen lage hypotheekrente. Moet die profiterende partij dan aan de ander een vergoeding betalen? Helaas, is het antwoord op die vraag in de Rechtspraak nog niet eenduidig beantwoord. De rechtbank Limburg oordeelde in een kort geding, dat in zijn algemeenheid niet op voorhand kan worden geoordeeld dat de aanspraak een rentevergoeding kansloos is. Rechtbank Overijssel oordeelde, dat het wettelijk verdelingsregime geen grondslag biedt voor de verdeling van een rentecontract. Anderzijds oordeelde het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat een contract wel een bepaalde waarde zou kunnen hebben. Die waarde zou wel in de verdeling kunnen worden betrokken.

De Rechtbank Rotterdam oordeelde op 23 april 2024, dat geen berekening van de hoogte van een eventuele vergoeding kon worden gemaakt, omdat de partner die een vergoeding vroeg, geen andere koopwoning op het oog had. Verder stond vast dat hij de woning niet kon kopen. De Rechtbank oordeelde dat het niet reëel is een echtgenoot te compenseren, voor een voordeel dat hij zelf niet te gelde zou kunnen maken.

Die laatste uitspraak biedt wat duidelijkheid, voor het geval een echtgenoot de woning niet kan overnemen, maar wat als dat wel het geval is?

Al met al is het dus wachten op een bestendige lijn in de Rechtspraak ten aanzien van de vraag of degene die een hypotheekrentecontact met een lage rente voortzet, aan de ander een vergoeding verschuldigd is. Tot die tijd, zullen partijen in overleg met elkaar tot afspraken moeten komen of – wanneer dat niet lukt – een goed onderbouwde vordering aan de rechtbank moeten voorleggen. Wordt vervolgd….

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem contact op met onze specialisten op 0412 -614 464

Vorige
Vorige

Niet willen scheiden vanwege ‘de nadelen’

Volgende
Volgende

Indexering alimentatie 2024